Voorlopig 'Plan van aanpak voor de module Docent Taalbeleid'

Docent Taalbeleid - Een plan van aanpak - voorlopige versie
12-12-2012
Peter Wortelboer S1041153

Inhoud

- Inleiding
- Persoonlijke leerdoelen SBL
- De activiteiten die ik wil ondernemen om de doelen van deze onderwijseenheid te behalen
- Welke docenten, collega’s, leerlingen, studenten ga ik feedback vragen op mijn activiteiten
- Welke bewijzen wil ik opnemen
- Een tijdpad


Inleiding
De Johan de Wittscholengroep, locatie Hooftskade, te Den Haag, verwelkomt nieuwe Nederlanders tussen twaalf en achttien jaar oud, die korter dan twee jaar in Nederland zijn, met als tweeledig doel:
- de leerlingen voor te bereiden op het reguliere vervolgonderwijs met uitstroomprofiel praktijkonderwijs, (v)mbo en havo/vwo onderwijs;
- de leerlingen te laten integreren in de Nederlandse samenleving.
Het volledige onderwijsaanbod van de school is hierop ingericht. Met meer dan 150 nationaliteiten, een velerlei aan godsdiensten en vooral persoonlijke omstandigheden van alle leerlingen, onderscheidt het JWC, locatie Hooftskade (vroeger bekend als het ‘Nova College’) zich als een toonvoorbeeld van een super multiculturele school. Nota bene in het hartje van de p/krachtwijk van Den Haag: de Schilderswijk.
Het feit dat het aantal ernstige incidenten op onze school nihil is, zegt veel over het succes waarmee onze school in staat is een veilig leerklimaat te creëren!

Maar het zegt ook veel over de doelgroep!

Onze leerlingen worden bij binnenkomst, ongeacht hun leeftijd in één klas bij elkaar gezet. De heterogene klassen die zo ontstaan bevatten, Poolse, Afghaanse, Colombiaanse, Turkse en nog vele andere nationaliteiten. Wat het werk met deze doelgroep zo ontzettend boeiend maakt, is het verschil van achtergronden (af en toe met zware bagage in de rugzak) met toch een zelfde doel: hoe ga ik mij, als nieuwkomer, hier in Nederland ontwikkelen, handhaven en thuis voelen?! De school is daarmee hun eerste veilige plek! Ze leren de taal, krijgen vrienden/vriendinnen, beginnen allemaal vanaf het nulpunt en kennen de wereld daarbuiten nog niet of nauwelijks. Bovendien neemt een groot deel van de leerlingen niet-westerse waarden mee die niet te vergelijken zijn met het normale Nederlandse vmbo-onderwijs! Veel van onze niet-westerse leerlingen hebben veel respect voor de docenten, zijn uitermate fysiek en hartelijk in hun begroetingen naar elkaar en voelen zich, na een eerste korte periode van onwennigheid heel erg thuis op de school. Leerlingen willen vaak niet naar huis, willen geen vakantie omdat de school dan dicht is en vinden het heerlijk om op school te zijn.

De isk’s waaraan ik lesgeef vallen allemaal onder leerjaar 1 (voorheen ‘fase 1’): de ‘onderbouw’ van de school, waarin de leerlingen met 32 uur Nederlands per week vooral bezig zijn met de taalverwerving van hun doeltaal. Ik werk daarbij op drie verschillende niveaus:
- Zebraklassen met uitstroomprofiel (v)mbo, havo en vwo;
- IJsbrekerklassen met uitstroomprofiel praktijkonderwijs AKA (arbeidsmarkt gekwalificeerd assistent) en vmbo;
- Breekijzerklassen met uitstroomprofiel praktijkonderwijs (PRO)

Locatie Hooftskade vormt onderdeel van de Johan de Wittgroep met drie vestigingen:
- Locatie Hooftskade, voor onderwijs aan nieuwkomers
- Locatie Zusterstraat, voor (v)mbo en havo
- Locatie Caperdose, voor praktijkonderwijs.

Na een fikse reorganisatie in 2010 en 2011 zijn de afzonderlijke scholen weer samengevoegd tot één geheel. Alle scholen dragen de naam ‘Johan de Wittscholengroep’. Tegelijkertijd is er een herstructurering op gang gekomen om het onderwijsprogramma van de afzonderlijke scholen te stroomlijnen en te komen tot eenzelfde en onderling herkenbare structuur. Dit brengt veel veranderingen met zich mee in de dagelijkse werkpraktijk. Leerstofplanners worden ingevoerd, schoolperioden van acht weken worden op alle scholen gehanteerd met tussentijdse ouderbesprekingen, de elektronische leeromgeving wordt ingevoerd, schoolregels zijn ‘gelijk’ getrokken en docenten kunnen op een andere locatie ingezet worden als dit nodig is.
Taalbeleid blijft daarbij één van de speerpunten binnen het JWC. Dit heeft niet alleen te maken met de isk-afdeling van locatie Hooftskade, maar juist ook met de doorstroom en uitstroom binnen het gehele JWC. Aan het einde van leerjaar 1, dat ongeveer 6 maanden beslaat, stromen de leerlingen door naar leerjaar 2, waar ze ook de andere zaakvakken zoals biologie, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, Engels en inburgering krijgen aangeboden. Talige ondersteuning wordt dan minstens zo belangrijk om de leerlingen de zaakvakken goed te laten doorlopen. Het duidelijkste voorbeeld is het vak wiskunde, waar niet de wiskundesommen de moeilijkheidsgraad vormen, maar juist de talige context waarin de sommen worden gepresenteerd.
Uiteindelijk stroomt het grootste deel van de leerlingen aan het einde van leerjaar 2 naar het vmbo of havo van de school op locatie Zusterstraat. Met deze overgang naar het reguliere onderwijs spant het JWC op de Zusterstraat zich vervolgens weer maximaal in om met een actief taalbeleid de leerlingen zoveel mogelijk te kunnen ondersteunen in hun, inmiddels reguliere, schoolloopbaan.

Ik ben al weer vier jaar werkzaam op de isk-afdeling, locatie Hooftskade. In die vier jaar heb ik op dagbasis te maken gehad met taalbeleid. Eerst in de klas, als beginnend docent (NT2-les, wat komt daar allemaal bij kijken?), vervolgens binnen de school en uiteindelijk ben ik ook zelf steeds meer een actieve rol gaan nemen om het taalbeleid op onze school te onderzoeken en waar mogelijk bij te dragen aan een verbetering. Ik heb inmiddels divers activiteiten uitgevoerd, in werkgroepen deelgenomen, oudergesprekken gevoerd met de hulp van tolken, lesmaterialen ontwikkeld vanuit een talige ondersteuning, toetsen geanalyseerd, lescurricula bijgesteld en zo verder.
Na overleg met de studiebegeleider van deze module, de heer Jaap van der Molen, wil ik in het portfolio van deze module graag het geheel van mijn ervaringen en activiteiten opnemen met betrekking tot het onderwerp taalbeleid. Zie hiervoor het kopje activiteiten.

Persoonlijke leerdoelen SBL
In mijn LIO-stage verslag werd duidelijk dat ik de afgelopen vier jaar niet stil gezeten heb en behoorlijk ben doorgegroeid in mijn competenties tot een (bijna) startbekwame docent. Toch valt elke competentie telkens opnieuw uit te bouwen. Mede vanwege het feit dat in onderwijsland altijd van alles in ontwikkeling blijft. Denk bijvoorbeeld aan de digitalisering van het onderwijs en het gebruik maken van de multimedia. Iets waar menig rot in het vak plotsklaps achterop begint te lopen. Met het plan van aanpak in gedachten en de activiteiten die hier uit voortvloeien wil ik me op de volgende 3 competenties richten:
Competentie 3: het vermogen te zorgen voor zinvolle leerinhouden en leeractiviteiten
Een van de belangrijkste dingen die ik de afgelopen jaren op mijn school heb ontdekt, is hoe moeilijk het is om scherp te blijven met het aanbieden van de leerstof. Docenten, waaronder ikzelf, hebben de neiging, mede door de waan van de dag, te vervallen in routine als het aankomt op het lescurriculum en de daarbij horende en gebruikte lesmaterialen. Het is voor een groot deel dankzij mijn opdrachten voor de studie aan het Windesheim dat ik inmiddels een aantal keren een ‘wake-up call’ heb gekregen! Opnieuw kritisch kijken en onderzoeken van onderwijstrajecten, gebruikte leermiddelen, toetsanalyses e.d. om te ontdekken dat we schoolbreed af en toe in slaap dreigen of lijken te sukkelen… In de beschrijving van activiteiten (ook reeds uitgevoerde activiteiten) kom ik hier uitgebreid op terug.
• Competentie 5:Het vermogen samen te werken met collega’s
Zonder samenwerking is er binnen een schoolorganisatie nauwelijks of geen ontwikkeling mogelijk. Ook op onze school en dus ook voor mij, is er nog veel winst te behalen in een goede samenwerking! Niet zozeer qua sfeer en collegialiteit, want die is behoorlijk goed. Het gaat met name om het bewaren en benutten van de kennis die we met ons allen hebben. Veel docenten, ook ik(!) , vinden nog steeds zelf het wiel uit: maken eigen lesmaterialen, ontdekken eigen inzichten of slepen er eigen digimaterialen bij. Er wordt niet of nauwelijks gedeeld, hoewel daartoe wel pogingen worden ondernomen. Kennisbanken leven een spookbestaan. Met de komst van de elo (elektronische leeromgeving) kunnen we een slag maken. Als het er echter op aan komt om kritische bevindingen om te zetten naar schoolbrede veranderingen ten dienste van het taalbeleid en de kwaliteit van ons onderwijs, is het van groot belang om daarover met elkaar in discussie te gaan, bevindingen te delen, actieplannen te maken en zo daadwerkelijk wat te bereiken. Zonder draagvlak geen resultaat. Met name op dit laatste punt wil ik nog proberen slagen te maken om de kennis die ik inmiddels door onderzoek, analyse en ervaring heb opgebouwd, een grotere gemene deler te laten vinden.
• Competentie 6:Het vermogen om te gaan met mensen en instellingen buiten de school
Ook bij deze competentie geldt wat hierboven staat. Docenten zijn een eigenwijs volkje. We hebben vaak de neiging om de expertise die van buiten af beschikbaar is, niet volledig te gebruiken of juist kritisch te evalueren. Ook hier geldt weer, mede door de onderzoeken die ik heb moeten uitvoeren voor mijn studie, dat ik met externe partijen in contact ben gekomen. De waarde van deze externe contactmomenten bleek heel groot. Binnen mijn ontwikkeling als docent wil ik nog meer gericht gebruik maken van de kansen die hier liggen en die benutten. Eigenlijk wil ik deze competentie voor mijzelf door ontwikkelen tot het een tweede natuur is geworden om mijn werk, mijn school en alles wat daarbinnen speelt standaard te verbinden met de omgeving van de school. Ongeacht het onderwerp. Maar in dit portfolio natuurlijk met betrekking tot het onderwerp ‘taalbeleid’.

De activiteiten die ik wil ondernemen om de doelen van deze onderwijseenheid te behalen.
Als ik kijk naar de formulering van de vijf doelstellingen van deze module en dit afzet tegen alle activiteiten die ik de afgelopen vier jaar heb uitgevoerd (met name de laatste twee jaar, doordat ik ‘diep’ in de school als organisatie ben terecht gekomen), kan ik niet anders constateren dan dat ik de doelstellingen in grote lijnen gaandeweg al lijk te hebben behaald. Maar het kan altijd beter, innovatiever, efficiënter.
Ik wil binnen dit portfolio in eerste instantie de balans opmaken, wat er allemaal is gebeurd en waarbinnen ik een rol heb gespeeld of nog steeds speel. Een overzicht waarbij ik telkens een koppeling maak naar de inhoudelijke leerdoelen van deze module.
Vervolgens wil ik op basis van dit overzicht een actieplan maken om nog meer winst te halen uit de invulling en uitvoering van het taalbeleid op onze school. Binnen dit actieplan spelen de drie eerder genoemde competenties een belangrijke rol. Anders gezegd wil ik proberen om de kennis en kunde die ik de afgelopen jaren heb ontwikkeld in relatie tot taalbeleid nog meer plek geven binnen de school. Zodat ik een actieve bijdrage lever aan de verbetering van ons taalbeleid op school en hierdoor tegelijkertijd werk aan de drie gekozen competenties.
In het portfolio wordt dit tweedelig plan verder uitgewerkt en toegelicht.
Maar om toch alvast inhoudelijk wat beter beeld te kunnen scheppen, volgt hier een voorbeeld van één van de zaken die op onze school spelen:

Onze school is bezig met de evaluatie van de NT2-lesmethode Zebra, vanuit de werkgroep Taalbeleid. Inmiddels is ook bekend dat er door Uitgeverij Boom in samenwerking met een externe partij, gewerkt wordt aan een nieuwe methode, die meer aansluit op deze tijd, qua onderwijsvisie, elektronische leeromgeving, met afstemming op de commissie Meijerink en dergelijke. Ik heb mij de afgelopen twee jaar intensief bezig gehouden met een analyse van deze methode, zowel qua opbouw en didactiek, NT2-visies, toetsing en tijdscurriculum. Naast veel goede aspecten, heb ik ook ontdekt dat de lesmethode zelf op een aantal aspecten niet voldoet aan de ontwikkelingen van de deelvaardigheden binnen de doeltaal. Daarbij blijkt ook dat het lescurriculum zoals het JWC dat hanteert niet synchroon loopt met het tijdspad van Zebra. Ik heb zelfstandig een aanvullend lescurriculum gemaakt om mijn leerlingen beter voor te bereiden op de TOA-toets van Bureau Ice, een extern bureau dat door de school wordt ingehuurd om de leerlingen te toetsen op hun erk-niveau. Dit laatste is belangrijk omdat leerlingen anders niet door mogen stromen naar leerjaar 2.
Ik wil mijn resultaten en bevindingen aanbieden en bespreekbaar maken bij onze werkgroep Taalbeleid om te komen tot een herevaluatie m.b.t de keuze van zowel de gekozen methode als het lescurriculum. Tegelijkertijd zit ik inmiddels zelf in de werkgroep ‘Toetsing en RTTI’, en weet dus alles van de inhoudelijke toetsen waar de leerlingen mee te maken krijgen en waar menig docent niet goed genoeg op anticipeert. Het gaat hier feitelijk op een goede aansluiting van de vereiste taalprofielen van zowel het ERK als de commissie Meyerink.
Ook dit wil ik in mijn actieplan opnemen om schoolbreed een hechter taalbeleid aan te kunnen bieden ter voorbereiding op de toetsen die bepalend zijn voor de doorstroom van onze leerlingen.
Hopelijk maken deze voorbeelden duidelijk waar ik in mijn portfolio mee aan de slag wil gaan.

Daarnaast neem ik de resultaten van literatuuronderzoek op in relatie tot taalbeleid, een reflectie op mijn competentieontwikkeling, mijn weblog en een verantwoording van uren.

Welke docenten, collega’s, leerlingen, studenten ga ik feedback vragen op mijn activiteiten
In het kader om een draagvlak te creëren die mogelijk haalbare verbeteringen op taalbeleid ten goede komen, wil ik als eerste stap feedback op mijn opgestelde overzicht van onderzoek en constateringen van zowel directie, medecollega’s van de werkgroep Nederlands, de taalcoaches van het taalteam en de medewerkers van de werkgroep taalbeleid. Deze feedback wil ik vervolgens gebruiken om te verwerken in mijn actieplan. Dit actieplan wordt eigenlijk een plan van aanbeveling naar de school toe. Feitelijk dus een beleidsstuk.
Daarnaast wil ik mijn mentorleerlingen feedback vragen, als zij de TOA-toets, deelvaardigheid ‘schrijven’ hebben gemaakt in hoeverre zij denken dat het aanvullend lesmateriaal op het standaard lescurriculum heeft bijgedragen aan het (hopelijk goede) resultaat van de TOA-toets.

Welke bewijzen wil ik opnemen?
De bewijzen die ik in het portfolio wil opnemen, zijn:
- Een overzicht van de structuur van onze school gekoppeld aan het taalbeleid zoals onze school dit uitvoert;
- Het overzicht van onderzoek en constateringen m.b.t.:
1. De resultaten van onderzoek waarin Zebra vergeleken wordt met het lescurriculum van de school en in relatie tot de eisen die de TOA-toets aan de kandidaten stelt;
2. De resultaten van het onderzoek RTTI in relatie tot de Zebratoetsen
- Voorbeelden van zelf ontwikkeld lesmateriaal ter aanvulling op een betere voorbereiding op de TOA-toets, deelvaardigheid schrijven;
- De feedback van bovengenoemde collega’s en mentorleerlingen
- Het actieplan in de vorm van een beleidsstuk.

Een tijdpad
Met de kerstvakantie in het verschiet en dus veel extra tijd voor werk, kom ik tot het volgende tijdspad:
 Week 1: Opzet van de module bestuderen en toepassing/conceptvorming op mijn eigen onderwijssituatie en omgeving van de school m.b.t. taalbeleid. Bouwen weblog;
 Week 2: Plan van aanpak maken en als opdracht 1 insturen, laten beoordelen. Eerste invulling weblog.
 Week 3: aanvang overzicht taalbeleid op school en mijn rol daarin tot nu toe;
 Week 4: vervolg overzicht taalbeleid op school en mijn rol daarin tot nu toe;
 Week 5: Aanbieden van mijn totaaloverzicht aan de medewerkers op mijn school. En insturen van mijn voorlopig portfolio;
 Week 6 en 7: verwerken feedback en opstellen van een actieplan / beleidsstuk van collega’s en verwerken feedback van de begeleider van Windesheim;
 Week 8: herschrijven portfolio en inleveren definitieve versie.
Het weblog wordt wekelijks geüpdatet met stappen, inzichten en bevindingen.
Literatuurstudie en brononderzoek vindt voortdurend tussentijds plaats en wordt meegenomen in de ontwikkeling van het portfolio.

Het adres van deze weblog is:
http://meester-wortelboer.blogspot.nl

Peter Wortelboer Den Haag, 12 december 2012

Geen opmerkingen:

Een reactie posten