Analyse van de NT2-methode Zebra (1)

Analyse van een methode Nederlands: Zebra

Inleiding
Tijdens de verschillende opdrachten die ik heb moeten maken binnen mijn studie Nederlands aan het Windesheim heb ik mij, gezien mijn werkachtergrond als docent Nederlands/nt2 op de ISK-afdeling van de Johan de Wittscholengroep (JWC), te Den Haag, intensief bezig gehouden met de analyse van de door ons gebruikte NT2-methodes. Nu aangekomen bij de module 'Docent Taalbeleid' blijken veel stukjes van de puzzel opnieuw in elkaar te vallen. De resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken wil ik meenemen in het uiteindelijke beleidsstuk dat ik mijn school wil presenteren als het gaat om ons taalbeleid. In het algemeen, maar ook gekoppeld aan de door ons gebruikte methodes en lescurricula. Hieronder vindt u ter achtergrondinformatie een uitgebreid verslag van mijn eerste analyse van de methode 'Zebra, Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs'.

Onze school sorteert van meet af aan de leerlingen op het toekomstige uitstroomprofiel naar het regulier onderwijs. De klassen en het gebruik van de lesmethode is daar op afgestemd. De isk van het JWC maakt onderscheid in de volgende drie niveaus:
1. Lesmethode 'Breekijzer' deel 1 en 2, voor de Breekijzerklassen, uitstroomprofiel praktijkonderwijs en aka (arbeidsmarkt gekwalificeerd assistent);
2. Lesmethode 'IJsbreker' deel 1 en 2, voor de IJsbrekerklassen, uitstroomprofiel aka en vmbo;
3. Lesmethode 'Zebra' deel 1, 2, en voor de Zebraklassen, uitstroomprofiel vmbo en havo/vwo. Zebra kent ook nog een deel 4, wat op diverse vmbo's wordt gebruikt.

Momenteel wordt op onze school vanuit het gehanteerde taalbeleid onderzocht of de methode 'Zebra' nog wel voldoet als methode voor onze school. Docenten zijn daartoe opgeroepen zelfstandig een evaluatie uit te voeren aan de hand van een Zebra-evaluatieformulier (zie bijlage). In het kader van mijn studiemodule (Taalbeleid)leek het mij bijzonder zinvol om daarom opnieuw dieper op deze methode in te gaan, en op deze wijze direct een actuele en reële bijdrage te kunnen leveren aan mijn school. Zo heb ik inmiddels twee nieuwe onderzoeken op de methode Zebra los gelaten. Zie daarvoor de publicaties elders op de pagina van deze weblog.

Deze analyse, vroeger gebaseerd op een opdracht uit vakdidactiek verdieping 1 wil niet meer dan een eerste, maar zeer uitgebreide achtergrondinformatie bieden over het ontstaan van en de opbouw van Zebra als methode.

De geschiedenis van Zebra
De lesmethode 'Zebra' gaat terug naar het begin van de jaren negentig. In 1994 constateerde de Beoordelingscommissie NT2-leermiddelen voortgezet onderwijs dat er een basisleergang Nederlands als tweede taal ontbrak voor neveninstromers. Binnen een samenwerkingsverband van ITTA (Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen, Universiteit van Amsterdam), Vakgroep Taal en Communicatie (later Expertisecentrum Taal, Onderwijs en Communicatie,, Rijksuniversiteit Groningen) en het Projectbureau (Rotterdam) is, in 1995 begonnen met het schrijven van de leergang. Inmiddels is Zebra één van de meest gebruikte methoden geworden voor het NT2-onderwijs in de isk's voor leerlingen tussen de 12 en 18 jaar. Bovendien is het één van de weinige methoden, zo niet de enige, die als doorlopende leerlijn is ontwikkeld speciaal ontworpen en gericht op de doelgroep jongeren van twaalf tot achttiend jaar. Een vergelijk: de methoden 'Breekijzer' en 'IJsbreker' zijn oorspronkelijk ontworpen voor het anderstalige volwassenonderwijs. De reden dat ze toch zoveel in het jongerenonderwijs gebruikt worden, komt louter voort uit het feit dat er domweg bijna geen ander materiaal voor de doelgroep van leerlingen bestaat. Opmerking daarbij is dat de methode 'Zebra' niet bruikbaar is voor alle jongeren. De methode leent zich niet voor de zwaklerende leerlingen, gezien het abstractieniveau van vragen, oefensituaties, leesteksten of schoolse vaardigheden dat in Zebra wordt gehanteerd. De methode is sinds 2002 niet meer gereviseerd. Dit is met name het uitgangspunt van onderzoek om te kijken of Zebra anno 2012 alsnog als bruikbare methode kan worden gehanteerd.

Een eerste analyse
Als we de verantwoording lezen van de makers zoals die is opgenomen in de uitgebreide docenthandleiding die elk Zebradeel begeleidt, is het duidelijk dat we te maken hebben met een zeer doorwrochte en doordachte leergang. De makers kennen als geen ander het proces van tweedetaalverwerving van het Nederlands alsook de ontwikkelingsgang van de leerlingen door de vier afzonderlijke deelvaardigheden van het Nederlands (luisteren, lezen, spreken -een gesprek voeren- en schrijven). Bovendien lijken ze volledig in te spelen op de taalkundige én politieke ontwikkelingen in Nederland als zij zich met Zebra primair richten op de maatschappelijke zelfredzaamheid en dus bewust kiezen voor een communicatieve methode. Ik zet in het kort een aantal topics op rij waar de makers bij het ontwerp van Zebra van uit zijn gegaan en voor gekozen hebben. Een overzicht:
• Zebra is communicatief gericht, waarbij het belang van het kunnen overbrengen van de boodschap prioriteit heeft boven de juiste vorm;
• Zebra is taakgericht gericht, omdat het aanbod van leerstof in taaltaken is georganiseerd;
• Zebra is proces gericht, omdat aan bewustwording en evaluatie van het eigen leerproces veel waarde wordt gehecht;
• Zebra werkt met een geïntegreerd aanbod in relatie met de vier deelvaardigheden;
• Zebra werkt met impliciete grammatica. Zij biedt wel expliciete grammaticaondersteuning voor de leerlingen die daar behoefte aan hebben door aparte bijlagen, echter in het werkboek komt grammatica niet expliciet aan bod.
• Zebra werkt met een receptieve(luisteren/lezen) - productieve (spreken/schrijven) opbouw. Dit sluit aan bij de taalkundige visie van de 'stille periode' bij vreemdetaalverwerving. In het begin hanteert Zebra daarom zelfs veel elementen uit de TPR (Total Physical Response;
• Zebra werkt intercultureel door het werken met multiculturele onderwerpen, namen en personen en teksten om aansluiting te vinden in de interculturele ontwikkelingen binnen Nederland;
• Zebra werkt met jongerenthema's, die gericht zijn op de ontwikkeling van de zelfredzaamheid van de doelgroep. Regelmatig staan er oefeningen vermeld die de leerlingen, al dan niet samen, buiten school moeten uitvoeren;
• Zebra werkt met een woordenschatverwerving die gebaseerd is op de hoogfrequente woorden van onze taal. Daarbij is ook gelet op het gebruik van schooltaalwoorden, niet zozeer per schoolvak alswel de meer algemene schooltaalwoorden (instructie, uitleg, algemene begrippen);
• Zebra werkt bij woordenschatverwering met de didactische methode van: aanbod,semantisering, consolidering en controle (Verhallen & Verhallen 1994);
• Zebra werkt met het inzetten van strategische vaardigheden die gericht zijn op 'leren leren';
• De doorlopende leerlijn van Zebra richt zich op het proces van docentgestuurd leren (deel 1) naar zelfstandig leren. Dit creëert ruimte voor gedifferentieerd leren naar eigen tempo;
• De methode levert per hoofdstuk toetsen, waarmee de voortgang van leerlingen met behulp van toetssleutels wordt gemeten en zichtbaar wordt gemaakt;
• Zebra komt met een cd-rom met oefeningen en luisterteksten om de leerlingen zelfstandig in een ict-omgeving te laten verder werken;
• Zebra komt per deel met een dikke docentenhandleiding voor de begeleiding van de docent: uitleg van doelen, taaltaken, woordenschatverwerving en begeleiding van de aanpak per oefening.

In grote lijnen wordt hiermee wel duidelijk hoe de methode werkt. Voor wie inmiddels bekend is met de taalkundige ontwikkelingen op NT2-gebied, de aspecten van tweedetaalverwerving én het regulier onderwijs, lijkt de methode volstrekt te voldoen: ontworpen voor een specifieke doelgroep, duidelijke en verantwoorde NT2-keuzes, doorlopende leerlijn en in aansluiting met de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in Nederland.
Toch rijst de vraag in hoeverre de laatste revisie van 2002 nog voldoet anno 2012?
Reden om eens wat veldwerkonderzoek te doen wat andere partijen tot nu toe van deze methode vinden. Het brengt mij bij een artikel in het vaktijdschrift 'Les' , waar Scholengroep Leonardo da Vinci in Leiden een workshopbijdrage levert op de NT2-conferentie in Hoeven, anno 2010. De volgende punten van kritiek, eigenlijk bevinding komen naar voren onder de docenten van verschillende scholen die met zebra werken:
- de inhoud verandert heel snel als je teksten opneemt die speciaal jongeren aan moeten spreken;
- de computerondersteuning is ook niet meer van deze tijd, en werkt ook niet altijd goed;
- hoewel de methode uitgaat van het impliciet aanleren van grammatica, is er toch veel behoefte aan meer gestructureerde aandacht voor spelling en grammatica, want op deze gebieden gaat het vaak fout;
- zelfstandig werken is lastig met deze methode;
- uitspraakoefeningen, conversatieoefeningen en fictie komen te weinig aan bod;
- Er zitten fouten in het boek en in de toetsen;

Belangrijke punten van kritiek komen naar voren. In andere woorden geparafraseerd, komt het m.i. op het volgende neer:
1. De methode is verouderd. de ontwikkelingen in onze samenleving, zeker richting onze doelgroep, gaan zo akelig snel, dat de methode zwaar is gaan achter lopen als het gaat om de belevingswereld en context van de jongeren. Waar in sommige (schrijf)oefeningen nog wordt gewerkt met het opstellen van een e-mail, is het hele gebied van multimedia volstrekt achterhaald. Er is niets terug te vinden op onderwerpen van Hyves, Facebook, Youtube, gaming en dergelijke zaken. als je goed kijkt naar de jongeren van deze tijd, ook de NT2-leerders, bedienen zij zich dagelijks en met het grootste gemak van multimedia in diverse vormen. Muziek luisteren via hun mobiel, foto's downloaden en delen via facebook, imikimi.com, spelletjes doen op allerlei verschillende manieren en ga zo maar door. Multimedia is niet meer weg te denken uit de belevingswereld van jongeren, iets waar Zebra in 1995-2002 slechts het begin van mee heeft gemaakt.
2. Binnen de kerndoelen van het regulier onderwijs heeft onder andere 'fictie' een grotere plaats gekregen. De discussie rondom het 'eigentijdse' literatuuronderwijs is volstrekt aan de Zebramethode voorbijgegaan. Inmiddels hebben we ook nt2-boekenseries, die veel meer aansluiten op de belevingswereld van jongeren, mét inbegrip van nt2-woordenschatverwerving, zowel op Cat als Dat (DAT= Dagelijkse algemene taalvaardigheid
CAT= Cognitieve abstracte taalvaardigheid), incusief het gebruik van schooltaalwoorden mét transfer naar de overige schoolvakken. Een mooi voorbeeld hiervan is de boekenserie ‘BoekenBoeien’ , literaire hedendaagse pareltjes met NT2-woordenschat afgestemd op frequente woordenschat en schooltaalwoorden. Overigens is hier interessant te vermelden dat deze boekenserie gebaseerd is op de ‘Basislijst Schooltaalwoorden’, die door het ITTA is ontwikkeld, waarbij ik natuurlijk terugverwijs naar het ITTA als participerende partij bij het ontwerp van Zebra als NT2-methode.
3. Docenten geven aan dat leerlingen wel behoefte hebben aan expliciete, al dan niet inductieve of deductieve, grammatica. ‘Zebra’ was een product van zijn tijd, midjaren negentig, waarbij de communicatieve methode en de zelfredzaamheid, al dan niet door de politiek gestuurd, erg in zwang was. De taalkundige ontwikkelingen, ook op NT2-gebied, zijn niet stil blijven staan. Het constructivisme met haar vier pijlers won terrein. Echter de discussie over het wel of niet expliciet gebruik van grammatica is nog steeds niet uitgewoed. Er zijn evenveel voor- als tegenstanders te vinden. Aan de ene kant wordt door Bienfait (2003) gesteld dat expliciet grammaticaonderwijs enkel zin heeft als het aansluit bij het ontwikkelingsstadium van het kind, aan de andere kant ervaren Zebradocenten in de keiharde praktijk de concrete behoefte aan expliciete grammatica. Wellicht is het op het gebied van grammatica aanbieden tijd om een aantal zaken te herzien. Zeker als men ook constateert dat er een grote kloof ligt in de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs, waarin docenten van laatstgenoemde zich achter de oren krabben over het gebrek aan grammaticale regels en toepassing van hun nieuwe brugklassers.

Wat kunnen we nu, anno 2012, concluderen over Zebra als eigentijdse methode? Voordat we naar de conclusie gaan kijken, haal ik de kernbegrippen van de module VDVD1 er nog eens bij: communicatief/authentiek leren, keuzevrijheid en kernkwaliteiten. Per kopje bekeken:


Communicatief
Communicatief als methode, dat was de basis het hart van Zebra. In die zin zouden we volmondig ‘Ja’ kunnen zeggen. Toch blijkt uit mijn eigen ervaring dat dit niet helemaal waar is. In de talloze samenwerkende en samenlerende spreekopdrachten die Zebra hanteert, blijkt het nog al eens mis te gaan. Leerlingen krijgen in tweetallen de opdracht om een gesprekje aan te gaan gebaseerd op “de weg vragen”, “boodschappen in de winkel doen” of “een klasgenootje interviewen over het eten wat hij of zij lekker vindt”. Mijn constatering is dat in de klas deze gesprekjes maar moeizaam op gang komen. Zou de oorzaak ‘receptief vóór productief’ kunnen zijn? Met andere woorden, de leerlingen voelen zich nog te onzeker om zelf actief te spreken? Ik heb hierover inmiddels sterk mijn twijfels gekregen, want als ik met diezelfde leerlingen een thema, bijvoorbeeld ‘Vriendschap’ behandel uit de module van Leefstijl, een methode voor ontwikkeling van sociale vaardigheden, wordt er honderduit gekletst. Het lijkt net of het format, de context die Zebra hanteert om te komen tot spreekvaardigheid niet aansluit bij de interesse van de leerlingen, daardoor toch iets kunstmatigs krijgt en uiteindelijk verlammend werkt omdat de hele klas zit te kijken naar de ‘performance’ van het tweetal. Ik ben geneigd te stellen dat ook de communicatieve insteek van Zebra inmiddels achterhaald is.

Authentiek leren
Als we kijken naar de bijbehorende vier kwadranten van authentiek leren, kan ik eigenlijk niet anders dan concluderen dat Zebra daar in concept sterk aan voldoet, sterker nog, waarschijnlijk een duidelijke voorloper in was! De ‘interactie’ zit er in met al van onderlinge samenwerkende communicatieve opdrachten, groepstaken en korte presentaties. Ook is Zebra oorspronkelijk ‘inhoudelijk georiënteerd’ op een manier die bij de leefwereld en kennis van de jongeren aansluit. De ‘maatschappelijke relevantie’ komt ook tot zijn recht met het integreren van de aspecten van de groeiende multiculturele samenleving en tot slot is ook de ‘productieve leeromgeving’ voldoende aanwezig met de diversiteit aan opdrachten, ook buiten het klaslokaal en de reflectie op het leerproces vanuit de metacognitieve vaardigheden! Kortom Zebra zou een tien scoren, ware het niet dat de tijd niet heeft stil gestaan. Het concept van authentiek leren toegepast op ‘toen’ is met name op de inhoud sterk verouderd.
Wat te denken van een (luister)tekst waarin Ameer thuiskomt met een vriendjes en de moeder (ook op video te zien) vraagt of het vriendje ‘een kopje thee wil, met of zonder suiker en een koekje erbij’. Het is niet meer van deze tijd.

Keuzevrijheid
Kort gesteld van docentgestuurd naar leerlinggestuurd. Ook een ontwikkeling van de laatste jaren, nu ook bekend onder de term Begeleid Zelfstandig leren.
Het is ook een beetje gissen naar de invulling van dit begrip. Betekent het aan de slag gaan met onderwerpen die de leerling zelf boeien in het kader van BZL (begeleid zelfstandig leren), of gaat het om de vrijheid van eigen werktempo en voortgang? Waarschijnlijk allebei. Als we even uitgaan van het laatste, dan kunnen we stellen dat Zebra in 1995 ook hier een ongelooflijke voorloper was met betrekking tot maatwerk en gedifferentieerd leren. De hele leergang was opgezet met het achterliggende idee om iedereen te laten werken in eigen tempo én zelfstandig! Dit aspect is nog steeds zeer actueel op mijn school waarin leerlingen al dan niet zelfstandig of in kleine groepjes (versneld) aan hun eigen voortgang kunnen werken. In een tijd waarin op menig regulier voortgezet onderwijsschool nog weinig of geen aandacht was voor de eigen keuzevrijheid van studievoortgang heeft de Zebramethode hier zeer progressief op ingestoken. Met alle verdienste van dien. In de handleiding wordt letterlijk uitgelegd dat boek 1 docentgestuurd is, vanwege de nog uiterst kleine woordenschat van de leerlingen, en in boek 2 tot en met 4 steeds meer toegewerkt wordt naar zelfstandig en samenwerkend werken en leren.Persoonlijk vind ik dit één van de sterkste punten van deze methode. De leerling beschikt over de eigen cd-rom, antwoordenboeken, en kan gestaag zelfstandig doorwerken. Zelfs buiten de lesuren op school, als de leerling daarvoor kiest. Nadeel daarbij is dat veel communicatieve oefeningen in tweetallen uitgevoerd moeten worden en leerlingen afhankelijk maakt van andere leerlingen die misschien nog niet bij dezelfde oefening zijn aanbeland? Als het aankomt op tweedetaalverwerving met keuzevrijheid van eigen onderwerpen die worden uitgediept, voorziet de methode hier bijna niet in. Er worden geen spreekbeurten, studieonderwerpen, projecten of werkopdrachten (in combinatie met BZL) aangeboden: de leerlingen volgen netjes het boek, zonder eigen uitstapjes.

Kernkwaliteiten
Het begrip komt van Offman met zijn spel van kernkwaliteiten die ook in menige volwassentraining gebruikt worden. Het is een ontwikkeling die voortkomt uit het competentiegericht leren. Ook de diverse methoden van training sociale vaardigheden, zoals die in de laatste tien jaar zijn ontwikkeld én het praktijkonderwijs waar veel aandacht ligt voor het werken vanuit eigen sterktes en reflectie op eigen zwaktes liggen hier mee in lijn. Helaas is dit binnen Zebra niet of nauwelijks terug te vinden. Er wordt wel thematisch gewerkt met thema’s als bijvoorbeeld ‘Vriendschap’, maar de methode blijft steken in woordenschatverwerving rondom zo’n thema. De leerling wordt niet actief betrokken in het persoonlijke ontwikkelingsproces met betrekking tot eigen normen en waarden, competenties of kwaliteiten. VDVD1 maakt een mooi onderscheid tussen de ondeelbaarheid van kernkwaliteiten en het aanleren van stukjes competenties. Hier lijkt Zebra in de ontwikkeling van de leergang begin jaren negentig een slag te hebben gemist. Dit heeft ook wel te maken met de ontwikkeling binnen het onderwijs. Nieuwe onderwijsvormen en middelen zoals de electronische leeromgeving, digiboard, projectonderwijs en meer stonden nog in de kinderschoenen.

Conclusie
Tot welke conclusie leidt dit nu?
Wat ooit is opgezet als uiterst progressieve, goed doordachte NT2-methode voor de specifieke doelgroep van NT2-leerders in de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar, in aansluiting met de taalkundige ontwikkelingen en de politiek-maatschappelijke trends, is door het gebrek aan ‘updates’ of grondige revisie, gaan fossiliseren.
De ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar hebben zich zo snel en stormachtig voltrokken, dat dit de methode genadeloos ‘veroudert’ achter zich heeft gelaten. Gegeven de ontwikkelingen op multimediagebied, waar met name jongeren gebruik van maken, gegeven de ontwikkelingen met betrekking tot de ‘leefwereld van jongeren’, én gegeven de taalkundige ontwikkelingen op onderwijsgebied, zowel op NT2-gebied als schoolbreed (begeleid zelfstandig leren en werken, projectonderwijs, praktijkgericht beroepsonderwijs en meer) is Zebra als methode simpelweg verouderd.
De vraag rijst bij mij dan ook waarom de makers van deze methode na 2002 gestopt zijn met revisie en de methode niet hebben doorontwikkeld op basis van de algemene maatschappelijke én onderwijsontwikkelingen. Meestal is dit een kwestie van geld of subsidie. Ik ben reeds eerder, tijdens een van mijn onderzoekjes op zoek naar een geschikte heden ten daagse NT2-methode voor jongeren al gestuit op het financiële bezwaar: de doelgroep (isk tussen 12 en 18 jaar) is te klein voor zo een grootschalige investering. Ter vergelijking het NT2-onderwijs voor volwassenen, behelst een veel grotere doelgroep in zowel omvang als ook in maatschappelijk belang in een tijd waar het inburgeringsexamen voor volwassen nieuwkomers verplicht werd gesteld. Dat brengt mij op de vraag wie oorspronkelijk de opdrachtgever en daarnaast ook de financierder was voor het ontwikkelen van deze lesmethode. Daar ben ik nog niet achter.
Als ik terugga naar het eerder genoemde artikel in ‘Les’ (april 2010), lees ik ook dat sommige scholen een ‘eigen pakket’ hebben samengesteld ter aanvulling op het gebruik van Zebra als NT2-lesmethode: bij gebrek aan doorgaande ontwikkeling hebben zij zelf extra materiaal ontwikkeld.
Eigenlijk is het dus verschrikkelijk jammer dat deze zo goed en progressief opgezette methode zich, middels revisie, niet heeft mee-ontwikkeld met zowel de maatschappelijke als (NT2)onderwijsontwikkelingen in Nederland.